De in Leeuwarden geboren Arnoud Meijer (31-5-1984) woont in Hilversum. Hij was bij TTV Hilversum elf seizoenen landelijk speler. Met ingang van september komt hij uit voor Klimaatgroep*Stars in het Groningse Middelstum. In januari 2016 wordt hij daar eredivisiespeler. Naast zelf spelen is Meijer bij Hilversum zeer actief met het geven van trainingen.

In het ‘dagelijks leven’ is Arnoud, een verdediger pur sang, leraar wiskunde en rekenen op de Sint Vitusmavo in Naarden.

Via de 11 vragen en de bonusvraag hopen we Arnoud wat beter te leren kennen.

  1. Jij bent bij Klimaatgroep*Stars ‘gepromoveerd’ van team 2 naar team 1. Hoe is dat tot stand gekomen?

Afgelopen zomer was ik op zoek naar een club die me kansen zou kunnen bieden om eredivisie te kunnen spelen. In Midstars vond ik deze club, al was het niet direct om de hoek natuurlijk. Ik werd toegevoegd aan het tweede team, waarbij ik kansen zou krijgen om mezelf te bewijzen middels invalbeurten in het eerste team. Deze kansen heb ik gegrepen (4 uit 6 gewonnen, red.), waardoor de club aangevraagd heeft om mij per januari te vervangen voor Tan Anran, die dit seizoen niet meer terug zal keren. De werkgroep eredivisie is daarmee akkoord gegaan, waardoor ik een halfjaar eerder dan verwacht vast in de eredivisie mag spelen.

  1. Je was net kampioen geworden in de derde divisie. Hij speelde zelf 100%. Jouw teamgenoten waren Bahram Gerami, Shuohan Men en Thomas Kuijer. Vind je het niet jammer dat je niet meepromoveert naar de tweede divisie?

Natuurlijk is het jammer, omdat ik hier een jong en gemotiveerd team om me heen had. Met veel plezier heb ik hen afgelopen seizoen begeleid en ik denk dat ik zeker van waarde had kunnen zijn in de tweede divisie. Vooraf was het echter duidelijk dat mijn persoonlijke doel de eredivisie is. Dat dit door omstandigheden een halfjaar eerder dan gepland is, is jammer voor het tweede team, maar ik wil uiteindelijk toch deze kans grijpen. Desondanks denk ik dat dit team zonder een vervanger voor mij ook goede kansen maakt om zich te handhaven in de tweede divisie.

  1. We duiken in deze interview-rubriek altijd in het verleden. Wat was de reden dat je ging tafeltennissen?

Toen ik 11 jaar was, was ik op zoek naar een sport die ik leuk vond. Bij de Bart Smit had ik een beginnerssetje gekocht: Een netje dat je op de keukentafel kon plakken en twee batjes van plastic. Het spelletje greep me direct en mijn ouders waren bereid daar twee keer per week voor naar Dokkum te rijden, wat ongeveer twintig kilometer verderop was. Al snel bleek dat ik wat talent had en daarna heeft het tafeltennisvirus mij altijd in zijn greep gehouden.

  1. Waarom ben je gaan verdedigen?

In het begin speelde ik met gladde rubbers, zoals eigenlijk elke speler begint. Al snel bleek dat ik vrij passief ingesteld was. Verder dan schuiven en blokken kwam ik niet. Na ongeveer drie jaar besloot mijn trainer – in samenspraak met de afdelingstrainer – dat het goed zou zijn om te gaan verdedigen met anti-topspin. Het resultaat was direct zichtbaar: Van 67% landelijk C ging ik naar 90% landelijk B. Vanaf dat moment heb ik altijd verdedigd, waarbij de eerste jaren vooral bestond uit de bal terugbrengen op tafel. Nadat ik was overgestapt op lange noppen heb ik de techniek pas echt geleerd.

  1. Als we je sportieve loopbaan samenvatten: het begon bij TTV Dokkum. Daarna heb je bij verschillende clubs gespeeld. Vertel eens iets over je ervaringen.

Dokkum is nog altijd de club waar mijn hart ligt en ik probeer er een paar keer per jaar bij langs te gaan. Nadat ik bij TTV Dokkum Landelijk A (70%) had gespeeld, werden mijn teamgenoten te oud en moest ik noodgedwongen op 15-jarige leeftijd al naar de senioren (eerste klasse) van Dokkum. FTTC had nog wel talentvolle jeugd, waardoor ik vanaf mijn 15e zowel jeugd- als seniorencompetitie heb gespeeld. Aangezien er bij Dokkum geen doorgroeimogelijkheden meer waren, besloot ik op 18-jarige leeftijd volledig bij FTTC te gaan spelen. Via de tweede noordelijke divisie bleef ik eigenlijk hangen op derde-divisieniveau, waarbij één uitstapje in de tweede divisie weinig succesvol bleek (6%).

Op het moment dat ik eigenlijk weinig progressie boekte, vroeg Hendrikus Velzing of ik bij DTK’70 (Klazienaveen) in het tweede team (tweede divisie) wilde spelen. Ook al dachten veel mensen dat mijn plafond op tweede-divisieniveau lag, wilde ik deze kans toch grijpen. Het tweede seizoen werd ik samen met Pepijn Leppers en Jeroen Schoonewille kampioen, waarna ik een aantal seizoenen eerste divisie heb gespeeld. Omdat ik inmiddels was verhuisd naar Hilversum heb ik na het kampioenschap in de eerste divisie (zonder promotie, omdat het eerste team al eredivisie speelde) besloten om te proberen bij Hilversum de eredivisie te halen. Via veel omwegen (tweede en derde divisie) lukte het me uiteindelijk om kampioen te worden in de eerste divisie. Er was echter op dat moment geen plaats meer voor mij in het eerste team. Na uiteindelijk tevergeefs drie jaar gewacht te hebben op mijn kans om Hilversum te vertegenwoordigen in de eredivisie heb ik afgelopen seizoen besloten dat ik mijn heil bij een andere club moest zoeken. Achteraf een zeer goede keuze geweest, omdat ik nu na een halfjaar al eredivisie mag gaan spelen bij Klimaatgroep*Stars.

  1. Jullie worden hier en daar al genoemd als degradant. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Dat we om plaats 5 tot en met 8 spelen ligt redelijk vast. Echter, met het huidige systeem komen er daarna play-downs. In mijn ogen is alles dan mogelijk. De vorm van de dag, een gunstige opstelling of een blessure bij een speler biedt mogelijkheden voor ieder team, dus ook voor ons. Bovendien zie je dat de teams 4 tot en met 8 onderling erg veel 3-3 spelen, wat aangeeft dat ook wij volop kansen hebben om te handhaven.

Arnoud Meijer
Arnoud Meijer (foto © Ivo Lint)

  1. Veel Nederlandse spelers zijn naar het buitenland vertrokken. Begrijp je dat en staat dat ook op jouw ‘Bucketlist’?

Ik begrijp het van de topspelers zeker. Zij zijn de eredivisie vaak ontgroeid en om zich te kunnen blijven ontwikkelen, hebben zij wekelijks partijen nodig op niveau. Aangezien ik de kans erg klein acht dat ik ooit boven het niveau eredivisie uit zal stijgen, blijf ik lekker in Nederland spelen.

  1. Jij speelt in de NTTB-competitie met een snel bat. Met welk materiaal speel je? En hoe komt het dat je ook zo enorm goed bent met een plankje?

Ik speel met het frame Kiso Hinoki V (Butterfly, off-). Mijn aanvalsrubber is Andro Plasma (2.0), mijn noppenrubber is TSP Curl P3 alpha-r (zonder onderlaag). Voor mij de ideale combinatie tussen snelheid, controle en spin. Omdat ik draai met mijn batje kan ik zowel backhand als forehand hiermee verdedigend als aanvallend spelen.

Met een plankje spelen blijft voor mij ook een leuk tijdverdrijf. Het is begonnen om het seizoen wat langer te maken (en de zomer dus wat korter), waarbij mij verteld werd om bovenin mee te draaien aanvallen de enige optie was. Aangezien dit niet in mijn natuur zit, ben ik eigenwijs begonnen te verdedigen en uiteindelijk kon ik het de spelers zo lastig maken dat ik ook bovenin mee kan draaien. De spelers die tactisch sterk zijn, balgevoel hebben en hun slagen makkelijk aan kunnen passen, komen hier vooral boven drijven. Niet elke topspeler met normaal bat kan ook goed planken namelijk, dat is in het verleden al vaker gebleken.

  1. Je bent ook trainer en coach. Is er sprake van een logisch verband tussen het lesgeven en trainingen geven en coachen?

Natuurlijk zijn daar veel parallellen. Het belangrijkste voor mij is het plezier in de omgang met jongeren, met name de leeftijd 11-18 jaar. Als ik hen wat nieuws kan leren (of dat nu op wiskundig of tafeltennistechnisch gebied is), dan beleef ik daar veel plezier aan. Maar ook de seniorengroep (hoofdklasse t/m echte beginners) die ik op maandagavond bij TTV Hilversum training geef, is een prachtige tijdsbesteding. Deze groep is begonnen met ongeveer tien spelers, maar na verloop van tijd is dit steeds groter geworden. Inmiddels is deze groep uitgegroeid naar wekelijks ongeveer 24 spelers, met af en toe uitschieters naar meer dan dertig spelers op één avond! In mijn ogen een minstens zo belangrijke groep voor TTV Hilversum als bijvoorbeeld de landelijke groep.

  1. Tafeltennis is geen populaire sport. Heb jij een gouden tip om dat te veranderen?

Ik denk dat niemand de gouden tip heeft, omdat dit dan al lang zou zijn uitgevoerd. In mijn ogen zou je tafeltennis weer populairder kunnen maken met jonge, enthousiaste mensen die er veel (vrije) tijd in willen steken. Dit alleen is niet genoeg. Ze moeten ook goed met mensen (met name jongeren) om kunnen gaan en verstand van zake hebben op tafeltennisgebied. Wanneer de opvang vanaf dag 1 bij een club goed geregeld is, blijven mensen graag terugkomen.

  1. Waar sta jij over vijf jaar, als speler en eventueel als trainer, coach of bestuurder?

Ik hoop dat ik over vijf jaar heb genoten van de seizoen(en) eredivisie die ik heb mogen spelen en wellicht dan nog steeds speel. Daarnaast hoop ik nogmaals aan het NK A mee te mogen doen. Ik zou me echter ook goed kunnen indenken dat ik dan weer jonge talenten probeer te begeleiden vanaf derde divisie richting de eredivisie, bij voorkeur spelers die ik vanaf begin af aan training heb mogen geven.

Uiteindelijk, maar dat is over vijf jaar nog niet van toepassing, lijkt het me prachtig om met een aantal jonge, enthousiaste trainers en begeleiders met (in mijn ogen) verstand van zake een eigen (jeugd)club te beginnen, waarbij topsport en breedtesport hand in hand gaan. Er moet ruimte zijn voor zowel de talentvolle jeugdspeler (die doorstroomt naar de top van Nederland), als de minder talentvolle jeugdspeler (die wel veel plezier in het spelletje heeft, maar altijd in de afdeling zal blijven hangen).

BONUSVRAAG. Welke andere passies dan tafeltennis heb je ook nog?

Naast de vele uren die ik in tafeltennis steek, beleef ik ook ontzettend veel plezier in mijn werk. Voor jongeren die extra zorg, tijd en aandacht nodig hebben, heb ik een zwak. Daar gaan de nodige vrije uurtjes op school in zitten. Daarnaast blijft het competitieve ook in mij zitten en speel ik graag allerlei soorten spelletjes (bordspellen, kaartspellen, geluksspellen, eigenlijk alles). Met verder wat TV kijken en op internet surfen, zit mijn week vaak redelijk volgeboekt.

(Ted van der Meer, TafeltennisNederland.nl)